Tactiek
Spreid over alle vier de vakken
Vier schijven los in het vak van 4 zijn 16 punten. Dezelfde vier schijven verdeeld over de vier vakken zijn 20. Elk setje verdubbelt de waarde van de schijven, dus het hoogste vak steeds vullen is niet de beste strategie.
Kijk voor elke schijf welk vak het laagste staat
Het aantal setjes wordt bepaald door het vak met de minste schijven. Mik daarom steeds op het vak dat achterloopt. Meestal is dat de 1 of de 2 aan de buitenkant, die minder vanzelfsprekend voelen.
Gebruik de tweede en derde onderbeurt om aan te vullen
In de eerste onderbeurt speel je alle dertig schijven en kun je nog niet alles sturen. In de tweede en derde heb je minder schijven en zie je precies wat er ontbreekt. Dat zijn de beurten waarin je setjes compleet maakt.
Blokkeer je eigen poort niet
Een schijf die voor een poort blijft liggen, houdt de volgende tegen. Speel liever iets zachter dan te hard; een schijf die tegen de achterwand knalt, springt soms terug.
Techniek
Gooien of schieten
Sjoelers kennen twee manieren. Bij gooien laat je de schijf uit de hand over de baan glijden met een zwaai vanuit de pols en onderarm. Bij schieten ligt de schijf op de baan en duw je hem met een korte beweging van de vingers weg. Beide technieken zijn bij de ANS toegestaan. Welke beter is, daar zijn de meningen over verdeeld; bekijk bij een toernooi wat de toppers doen.
Houding
Je mag zitten of staan, maar je blijft achter de bak. De meeste wedstrijdspelers zitten, recht voor het midden van de bak, zodat ze naar alle vier de poorten evenveel hoek hebben.
Snelheid
Een schijf die net hard genoeg gaat om de poortenbalk te passeren, blijft in het vak liggen. Een schijf die te hard gaat, stuit terug of springt op een andere. Oefen op één snelheid en varieer alleen de richting.
Oefening
Speel een spel waarin je per onderbeurt alleen op het laagste vak mag mikken. Het dwingt je om de buitenpoorten te leren raken. Houd je scores bij; wie regelmatig boven de 120 komt, kan een kijkje nemen bij een sjoelvereniging.
