Home / Puntentelling Puntentelling

Zo tel je de punten

De puntentelling is het enige lastige aan sjoelen. Niet omdat het rekenwerk moeilijk is, maar omdat een volle rij dubbel telt. Wie dat eenmaal ziet, telt in vijf seconden.

Rekenhulp

Tel je score

Vul per vak in hoeveel schijven erin liggen na de derde onderbeurt. Meer dan 30 schijven samen kan niet, want meer heeft een spel niet.

131
punten met 27 van de 30 schijven in de vakken

    De regel

    Elk vak heeft een waarde: 2, 3, 4 of 1. Een losse schijf telt voor de waarde van zijn vak. Maar ligt er in elk van de vier vakken minstens één schijf, dan vormen die vier samen een setje, en een setje is 20 punten in plaats van 2 + 3 + 4 + 1 = 10.

    Tel dus eerst het aantal setjes. Dat is het kleinste aantal schijven in een vak. Vermenigvuldig met 20. Tel daarna de schijven die overblijven per vak op, elk voor de waarde van zijn poort.

    Een voorbeeld

    Vak2341Totaal
    Schijven678627
    Setjes6 setjes (het laagste vak heeft 6)120
    Los0 × 21 × 32 × 40 × 111
    Score131

    Het maximum: 148

    Met 30 schijven kun je zeven setjes maken (28 schijven, 140 punten). De twee schijven die overblijven leg je in het vak van 4: nog eens 8 punten. Samen 148, de hoogste score die je met 30 schijven kunt halen. Sjoelers noemen dat een perfect spel.

    De bonus: tot 156

    Het ANS-reglement kent een bonus voor wie 148 haalt zonder alle drie de onderbeurten nodig te hebben:

    • 148 in één onderbeurt: je krijgt twee keer één schijf terug om nog te spelen.
    • 148 in twee onderbeurten: je krijgt één keer één schijf terug.

    Elke bonusschijf in het vak van 4 levert 4 punten op. Zo is 156 het theoretische maximum. In de praktijk komt het zelden voor.

    Tellen zonder rekenhulp

    Kijk naar het vak met de minste schijven. Dat getal keer 20. Kijk dan per vak hoeveel er boven dat aantal uitsteken en tel die keer de vakwaarde erbij. Bij wedstrijden wordt na elke onderbeurt genoteerd, thuis is één keer tellen aan het eind genoeg.